12-09-07

Over vogelen ...

Toen ik gisteren de parking van mijn werk opreed, werd mijn aandacht getrokken door een witte vogel die daar zowat ineengedoken de geparkeerde wagens aan het bekijken was. Op het eerste zicht was het een meeuw, en van meeuwen is geweten dat het ware cultuurvolgers zijn (ga maar eens kijken op de Hoge Maey) maar nummerplaten lezen vond ik toch wat ver gaan voor zo’n dier. Toen ik uitstapte probeerde de vogel zich te verstoppen, iets wat niet vanzelfsprekend is als je hoofdkleur wit is, en er geen pak sneeuw ligt. Mijn ornitologenreflex was direct AHA ! Een Zieke Vogel! En dan komen er herinneringen aan de talloze woensdagmiddagen, weekends en vakantiedagen die ik in mijn onschuldige jeugd heb doorgebracht in het (ondertussen ter ziele gegane) vogelasiel Het Reigershof van Berendrecht.
Dat vogelasiel werd uitgebaat door J&J, twee enorm lieve mensen die hun leven volledig ten dienste stelden voor het redden van zieke of gewonde vogels. En dat in de jaren ’80, toen het met onze natuur allesbehalve goed ging. Wij, mijn broer, vriend W en ik, gingen daar dan de vogels helpen verzorgen, de hokken kuisen of verbouwen of gewoon een koffie drinken en een spelletje scrabble spelen na een lange vogelkijkfietstocht .
In de winter kregen ze vooral stookolieslachtoffers te verwerken. Die werden bij binnenkomst gewassen met een sterk detergent en daarna gedurende een aantal weken binnengehouden tot hun stuitklier vet genoeg produceerde om hun verenpak waterdicht te maken. Daarna konden ze in de buitenkooien op kracht komen en in de lente werden de “stookpieten” die het gehaald hadden (toch om en bij de 60%) terug vrijgelaten. Ik herinner me de stank nog van die dieren, en de groene, giftige kleur van hun uitwerpselen als ze teveel olie hadden ingeslikt.
In de lente waren het vooral jonge vogels die te vlug het nest hadden verlaten en ten prooi waren gevallen aan katten of ander ongedierte. Er werden ook veel reigers opgevangen in het vogelasiel, omdat het grensde aan het Reigersbos, waar toen zowat de grootste reigerkolonie uit het Antwerpse was. Jonge reigers vielen soms zomaar uit het nest, dat zo’n 15 meter hoog in de kruinen van oude eiken wordt gebouwd. Die kleine pluizenballetjes werden dan opgeraapt en in het vogelasiel verzorgd tot ze groot genoeg waren om zelfstandig hun plan te trekken. Sommige van die reigers kwamen gedurende jaren elke avond nog langs om nog een visje te eten, dat werd geserveerd in een emmer achter in de tuin. Die vaste gasten kregen ook namen, omdat J&J hen herkenden aan verschillende kenmerken in hun verenkleed. Verder hadden ze zo ook een aantal kauwen die elke avond kwamen slapen in een open kooi.
Ook erg waren de talrijke botulismeslachtoffers. Een ziekte die optreedt in ondiepe plassen als de temperatuur van het water hoger dan 20°C is. De dieren worden vergiftigd door een bacterie (Clostridium botulinum) en sterven een langzame dood. Dode vogels in het water zorgen nog eens voor een extra broeihaard voor de bacterie. Eens zo’n plas geïnfecteerd is, kan je er zeker van zijn dat het merendeel van de vogels dat daar leeft zal besmet geraken .. en wellicht zal sterven. In de zomer zag je ons dus wel eens rondlopen aan de talloze braakliggende opgespoten gronden in de haven met laarzen en handschoenen aan, enkele plastic vuilzakken en kartonnen dozen bij om dode eenden en steltlopers te gaan verwijderen en om zieltogende zieke vogels te verzamelen om naar Berendrecht te brengen. Dan was er stress in het Reigershof, en konden J&J alle hulp gebruiken. De woonkamer stond dan vol dozen met zieke vogels, in piekmomenten meer dan honderd slachtoffers, die allemaal dagelijks hun vitaminen en eten nodig hadden.
Het geld daarvoor kwam van giften, hier en daar een sponsor, maar dat was slechts sporadisch - natuurbehoud was toen nog niet zo sexy als nu - en van de verkoop van stickers of nestkastjes, die wij organiseerden. W en ik hebben zelfs voor het vogelasiel eens meegedaan aan Leven en Laten Leven !
Ondertussen is die keten van vogelopvangcentra iets officiëler geregeld, en J&J zijn al lang op pensioen. Maar die mijmeringen kwamen gisteren op toen ik de zieke vogel zag zitten. De nostalgie haalde het van de ratio, dus ik haastte me naar binnen. Niet om te beginnen werken, maar om snel mijn pc op te starten en het adres op te zoeken van het Vogelopvancentrum van Kieldrecht. Ondertussen had ik ook gezien dat het geen ordinaire zilvermeeuw was, maar zowaar een Noordse stormvogel. Dat is een oceaanvogel die enkel aan land komt om te broeden, en dan nog op steile onbereikbare rotskusten. Tijdens de najaarstrek kan je ze wel eens zien voorbijvliegen, vooral op punten die ver in zee vooruitsteken, zoals Cap Griz Nez, de vuurtoren in Westkapelle, of de pier van Zeebrugge. Daarom was het zo bijzonder dat er nu hier in Zwijndrecht of all places een noordse stormvogel mijn parkeerplaats bezette. Het gebeurt wel meer, vooral na zware stormen, dat er al eens een vogel de verkeerde afrit kiest en via de Schelde in het binnenland terechtkomt. Die dieren geraken dan vermoeid omdat ze hun voedsel niet vinden en sterven. In het verleden hebben we zo al eens een papegaaiduiker en een middelste jager van de dijk geplukt nabij Bath (net over de grens in Nederland).
Om dit veel te lange verhaal kort te maken: ik reed dus met dat beest naar Kieldrecht en liet het daar achter in de vondelingenschuif, want de plaatselijke J&J waren niet thuis. Later kreeg ik een telefoontje dat ze hem gevonden hadden en dat hij op het eerste zicht niets mankeerde. Mijn Zwijndrechtse stormvogel komt nu dus een paar dagen op krachten, krijgt een vitaminekuur, wordt wat geobserveerd en zal spoedig weer worden vrijgelaten, zodat hij met zijn makkers z’n trek naar het zuiden kan verderzetten…

13:04 Gepost door Aardvarksken in Algemeen | Permalink | Commentaren (13) | Tags: natuur, vogels |  Facebook |

10-09-07

Zeurpieten

Gisterenmiddag ook het programma van Pat Donnez gehoord op de vernieuwde Radio 1? Bromberen, heet het, maar het had even goed Knorpotten kunnen zijn. Er worden drie centrale gasten losgelaten op enkele onderwerpen waaraan menig mens zich stoort. Dit zou (denk ik) moeten resulteren in een humoristisch radioprogramma. Veel hangt dus af van die centrale gasten, waarvan men zou verwachten dat ze een beetje humor in zich moeten hebben. Dat viel gisteren nogal mee: Michiel Hendryckx kan op zijn eigen wijze heel gevat een mening hebben. Hetzelfde geldt voor Luckas Van der Taelen, die de tweede gast was. Met de derde brompot,Yves Desmet, heb ik meer problemen. Da’s een typische linkse intellectueel (nu ja, dat linkse, daar zit de laatste tijd een serieus rechts kantje aan heb ik de indruk) die absoluut geen gevoel voor humor heeft. Die man neemt zichzelf zo au sérieux dat hij wel een priester lijkt uit de jaren ‘50 . Zo een die de mis in het Latijn doet en voor de rest vurige preken houdt tegen verboden boeken en gescheiden vrouwen.
De insteek van zo’n programma is heel leuk, een potje mekkeren over ’s lands ongemakken, er zijn al slechtere columns geschreven, maar je moet toch heel hard opletten of je krijgt een hoop lauwe verzuring over je heen. Ik vertrouw Pat Donnez (of zijn redactie) daar wel in, maar met Desmet was het er net over. Die klinkt echt als een oude knorpot, een zeurpiet, een zagevent. En hoe meer zo’n vent een forum krijgt, hoe meer hij naast zijn schoenen gaat lopen. Yves, een goeie raad, blijf bij de politiek in uw krant, en doe niet krampachtig of je overal goed in bent, want dat ben je niet. Het was saai en vooral overbodig.

Deze morgen was het mijn beurt om me te ergeren. Aan Frank Deboosere. Daar is niets abnormaals aan, hoor ik u denken. Wie ergert zich niet aan deze perfecte schoonzoon met z’n babyface en z’n onnodige kwinkslagen. Deze morgen had hij had het weer over frisse temperaturen en frisse maxima. Als would-be schrijver ben ik geabonneerd op de taalmail van de VRT. (KLIK!) Daarin worden wekelijks enkele taalonzuiverheden rechtgezet die te horen waren op radio of televisie. Blijkbaar valt het weerbericht daarbuiten. Kan iemand vrolijke Frank daar eens uitleggen dat er geen frisse of hete temperaturen bestaan? Er zijn hoge of lage temperaturen, maar geen warme of koude. Alstublieft zeg. Da’s hetzelfde als dure prijzen. Die bestaan ook niet, tenzij je ze kan winnen met een tombola.
Gelukkig zijn we er door de koele zomer dit jaar min of meer van bespaard gebleven, maar helemaal erg is het als hij begint over zijn bliksemse onweders en z’n denderende donderslagen. Dat is taalkundig wel correct, maar hoeft dat echt allemaal, die onzin? We zijn toch geen kleuters? Een droog voorgelezen weerbericht zonder grapjes, meer moet dat niet zijn.
Of ben ik nu teveel de oude zagevent aan het spelen ? Eat your heart out Yves !

12:28 Gepost door Aardvarksken in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (11) | Tags: radio_1, radio |  Facebook |

05-09-07

Onnozele bezigheden onderweg

Omdat het niet altijd even serieus moet zijn:
als je zoals ik dagelijks nogal wat snelwegkilometers aflegt, is de kans groot dat je al eens iets meemaakt onderweg. Niet dat ik hier nu spectaculaire dingen ga vertellen (lekke banden, slingerende vrachtwagens, pechstrookfietsers, de meest bizarre verloren ladingen enzovoort) maar er vallen me dikwijls van die onnozelheden op die ik wel grappig vind. Opvallende combinaties van namen bijvoorbeeld. In België rijden er bussen en vrachtwagens rond van De Decker – Van Riet. Niks ongewoons aan, maar rietdekkers bestaan wel degelijk, al worden het er steeds minder.
Ik postte hier al eens een foto van een opvallende vrachtwagen. Wel, deze morgen heb ik er weer een gezien: een transportbedrijf dat Nugteren heet. Die man is als het ware voor de transportsector geboren (en niet voor de horeca).
Weet u wat me ook altijd opvalt ? Hoeveel schoenen er langs de weg liggen. Niet alleen zware werkschoenen die ongetwijfeld uit een vrachtwagen vol Poolse bouwvakkers zijn gevallen, maar dikwijls ook kinderschoenen, damesschoenen, noem maar op. Ik heb eens een keer een spoor van schoenen gevolgd over de A12 en de Antwerpse Ring. Tientallen exemplaren lagen op willekeurige afstand van elkaar op de pechstrook of tegen de middenberm, hun neuzen in dezelfde richting. Net of het een geheim teken was van een al even geheime terroristische cel. Ik ben persoonlijk nog nooit een schoen verloren. En al helemaal niet langs een snelweg. Wie zijn ze, waar komen ze vandaan? Stof voor een doctoraatsthesis !
Dat gaat zo allemaal in me om, cruisin’ on the highway..
En u, beste blogmens ? Houdt u zich ook met van die onnozele dingen bezig om de tijd te doden?

(Oh en euh… bij de foto: ziet u mij al zitten, traag achter die vrachtwagen rijdend met de camera boven het stuur, wachtend tot de opkomende zon even achter de bomen was verdwenen?)

15:28 Gepost door Aardvarksken in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) | Tags: onnozele_hobbies |  Facebook |