25-04-08

Copa Banana

Zo.. genoeg gezwegen. Die tien mijl kruipt echt ni in je kleren. Eerder in je benen. In mijn kuiten dan vooral. Aandachtige lezers weten dat ik sukkelde met een achilespeesontsteking, net in wat het hoogtepunt moest worden van de voorbereiding voor de 10 Miles. Daar kwam dan nog een griepachtige infectie achteraan, die me zelfs noopte tot het nemen van antibiotica, waardoor het helemaal bergaf ging met de conditie. Ik miste er zelfs mijn hertest in de Beweegmobiel door, wegens thuis met meer dan 39°C koorts.
Mijn target van 1u20 had ik laten vallen en bijgesteld naar 1u35. Het parkoers was dit jaar ook iets zwaarder dan de vorige edities, vooral omdat de Waaslandtunnel net voor de finish lag.
Hoe was het dan eigenlijk, wil u weten. Juist ja. Wel, het viel nogal mee. Er was een massa mensen op de been, dat hebt u al in allerlei blogs en de nationale pers kunnen lezen. Hoe dat voelt om daar tussen te lopen, ik probeer het u te beschrijven.
Voor de start positioneerden we ons tussen de massa. In de verte zagen we de startlichten hangen. Toen die op groen sprongen … gebeurde er gedurende 5 minuten niets. 5 minuten, dat is lang als je staat te wachten. Na die 5 minuten begonnen we te stappen en nog eens vijf minuten later stapten we eindelijk op de registratiemat onder de startboog. Ik realiseer me nu dat de eersten toen al meer dan 3 kilometer gelopen hadden…
Vanaf dat moment liep onze tijd dus. De tijd. Wij nog niet. Dat duurde nog wel een hondertal meter. En dan was het nog meer strompelen en zien dat je niet op elkaars hielen trapte dan lopen. Goed, na een paar honderd meter ging dat wel, je leert ermee leven dat je midden in een mensenzee zit, je laat je leiden door het tempo van die duizenden voorgangers. Op weg naar de Kennedytunnel zagen we een eerste slachtoffer langs de kant liggen. Het Rode Kruis erbij, voetjes omhoog… iemand die geen 4 km kon lopen blijkbaar. Als een kudde gnoes stortten wij ons onverstoorbaar verder de diepte in. Het zwarte gat van de Kenedytunnel in. Opvallend: de goeie akoestiek, de blauwe zaal van De Singel is er niks tegen. Blijkbaar hebben de ontwerpers er alles aan gedaan om met poreuze wanden en plafond het geluid zo veel mogelijk te beperken. Heel wat anders dan de Konijnenpijp, die met zijn tegelwanden klinkt als een lege badkamer.
De ademhaling en de benen zaten goed tijdens de eerste deftige beklimming naar het nieuwe gerechtsgebouw. De Ammantunnel was een korte kuitenbijter. Maar doordat je wist dat het maar een kleintje was, werd ook dit gemakkelijk verteerd. Terug buiten, in het zonnetje. Die allesverdorrende en uitdrogende bol. Oh wat vervloekte ik de late lente en het afwezig zijn van bladerdek in de stad.
Stilaan begon het zweet toch op te duiken. Een fles water was dan ook dringend nodig. Van op het terras van Chat le Roi hoorde ik plots luid mijn naam. (Iets minder sportieve) vrienden hadden me opgemerkt tussen de voortrazende meute atleten (sic). Dat geeft een boost zoals je er zelden een meemaakt dus na een klein rondedansje vervolgde ik aan een hoger tempo mijn weg. Over de Vlaamse Kaai naar de Scheldekaaien, waar eindelijk wat ruimte was, zodat je niet constant moest uitkijken om niet over voorgangers te vallen. Na de kaaien kwamen de kasseien van de Suikerrui en de Grote Markt, om zo naar de Meir te lopen. Ik had ondertussen een dipje. Ik merkte dat ik ’s morgens niet genoeg had gegeten. Ik twijfelde of ik het zou halen, die tunnel moest nog komen en ik voelde mijn benen slapper worden. Er waren ook al meer dan 10 kilometer gelopen. Op de Meir geschiedde dan het wonder. Een religieus mens zou er lyrisch van worden, ik spreek liever over een gelukkig toeval. Voor me liep een gast die blijkbaar dingen meesleurde waar hij vanaf wilde. Een banaan bijvoorbeeld. Hij liep plots naar de kant en gaf die banaan aan een toeschouwer. Ik reageerde onmiddellijk en griste die banaan uit de handen van de verbouwereerde mevrouw. Ha ! Mijn redding ! Gulzig trok ik de vrucht open en stopte haastig doorlopend een veel te groot stuk in mijn mond. Die gast had dat blijkbaar gemerkt, kwam even naast mij lopen en zei “dees meugde oek nog hemme” waarop hij een blik Redbull in mijn handen duwde. Echt, een godsgeschenk. Ik denk dat het dit is dat mij door de tunnel heeft gehaald die een goeie 4 km verder lag. Uiteindelijk eindigde ik in 1u36, wat zeker niet slecht is gezien de manke voorbereiding.
’s Anderendaags las ik in de krant dat een vriend van me (ook een veertiger) de afstand in een uur heeft gelopen. Eén uur en 0 minuten ! Respect.
Respect ook voor M. die vlak na de finish in elkaar zakte en een dag aan allerlei buisjes en draadjes op Intensieve Zorgen heeft gelegen. En voor de ambulanciers van die dag: ik zag 4 ziekenwagens in de Konijnenpijp staan toen ik erdoor liep. En dan lag er nog iemand waar nog geen ambulance bij was. Slachtoffers die net voor de eindmeet helemaal instortten. Tja, als je onderweg geen banaan eet kan dat gebeuren…

15:14 Gepost door Aardvarksken in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (6) | Tags: lopen |  Facebook |

14-04-08

In de bovenste schuif

Sinds afgelopen zondagavond is Aardvarksken alweer een levenservaring rijker. Soms maak je iets mee en schrik je ervan hoe vanzelfsprekende dingen toch allesbehalve logisch zijn. Dan overvalt mij zo’n gevoel van onbestemde wereldvreemdheid, van maatschappelijke isolatie, het besef dat de wereld doordraait en dat je precies iets gemist hebt. Het heeft iets met ouder worden te maken volgens mij. En dan bedoel ik niet dat ik als een bejaarde door het leven strompel, maar er zit toch iets meer mot in de 40-jarige cultuurvolger dan in de vrolijke twintiger die leergierig elke verandering exploreert. (Dit voorgaande alles met de mate van overdrijving die u van het aardvarksken gewoon bent)
Bij wijze van zijsprong en voorbeeld vertel ik even tussendoor dat ik zaterdag de kusttram nam tussen Oostende en Middelkerke. Voor dat kleine eindje, hoor ik u denken. Ja, er woei een felle zandopstuivende tegenwind, we hadden de aardbiggetjes bij èn we hadden net goed gegeten in Oostende. Redenen genoeg om de tram te nemen, me dunkt. Toch was het rijtuig zo goed als leeg, behalve de kleine achterbank die bezet werd door een opgeschoten inboorling van een jaar of 17. En door zijn muziekinstallatie. Die onzichtbaar was, maar een kabaal dat er uit dat ventje zijn jas of zijn rugzak kwam. Voor een papa-met-bedrijfswagen die nooit het openbaar vervoer neemt was dit een cultuurshock. Los van het feit dat de muziek al niet je dat was (waar zijn de gitaren gebleven ?) was het net of die puistenkop reed mee als dj en moest de hele tram van geluid voorzien. Ik begrijp nu de frustratiemails die wel eens in kranten verschijnen van iPod-hatende treinpendelaars.
Maar daar wou ik het in deze post niet verder over hebben. Door omstandigheden die er verder niet toe doen moest ik mij zondagnacht spoeden naar de apotheker van wacht. Op het internet verwezen ze mij naar een 0900-nummer dat ik in het plaatselijke krantje ook al had gevonden. Het moet dus geld kosten, zo’n noodgeval. Nadat ik mijn postcode had ingetoetst leidde een computerstem mij naar een apotheek op de Groenplaats. Daar moest ik toch eens even over nadenken. Mij midden in de nacht naar het stadscentrum haasten, mijn auto daar ergens godweetwaar parkeren, naar de Groenplaats lopen .. Heel de operatie zou me minstens een uur een heel wat kilometers kosten. Ik maakte dankbaar gebruik van de optie “wilt u een andere locatie opzoeken” en drukte de postcode van een buurgemeente in. Daar werd – naast de Groenplaats – nog een andere locatie aangeboden, op amper een kwartiertje rijden. Er is duidelijk iets niet in orde met het wachtdienstensysteem, maar soit.
Ik toog dus in de schaarsverlichte straten op zoek naar het gekende groene kruis, mijn baken in de duistere nacht. Onderweg bedacht ik allerlei verontschuldigingen waarom ik de apotheker zijn verdiende rust niet gunde. Waarom ik persé na het sluitingsuur, op een zondagnacht, de helige nacht van de katholieke zuil, waarom ik toch nog even moest langskomen. Toen ik de groene aesculaap niet direct vond (en huisnummers zijn zo verrekt onleesbaar in het donker) schakelde ik toch maar mijn GPS in. Het groene teken bleek uitgeschakeld te zijn, en ik was al twee keer voorbij de donkere apotheek gereden.
Enigszins aarzelend belde ik aan, net onder het bord met daarop de adressen van de apotheken met wachtdienst vanaf de volgende dag. Na wat een eeuwigheid leek (ik dacht dat ik aan het verkeerde adres was en vloekte dat wachtdienst 0900-systeem regelrecht de hel in), floepten enkele neonlichten aan in de verlaten apotheek en zonder dat ik het gemerkt had was er iemand achter de deur gaan staan
Een vrouwenstem door de parlofoon vroeg zonder omwegen mijn SIS-kaart en een voorschrift en vlak daarna voelde ik een klap tegen mijn billen: er werd vanbinnenuit een soort luik opengeklapt waarin ik het gevraagde kon deponeren. Verward legde ik het gevraagde in de schuif, waarna deze terug dichtklapte. Daar stond ik met mijn uitvluchten, op straat voor een gesloten deur. Enig gestommel aan de andere kant van de deur verraadde de aanwezigheid van de apothekeres en inderdaad, ik zag een jonge vrouw met verward stekelhaar in haar pyama, op haar sloffen, met mijn SIS-kaart naar achter stappen. Ik verzon dat ze misschien eindelijk, na een drukke zondag waar ze niet alleen haar jonge kinderen of baby, maar ook haar man moest coachen terwijl ze de apotheek openhield, in haar bed was geraakt, met een zucht van verlichting een boek had genomen of de tv had aangeknipt en eindelijk aan relaxen toe was, tot er zo’n verstrooide lastige klant de priemende deurschel had doen afgaan. Ze liet haar teleurstelling echter niet zien, met een professionele frisse stem vertelde ze door de deurtelefoon het bedrag dat moest betaald worden (en dat ik gelukkig cash op zak had). Toen moest ze nog eens naar achter voor het wisselgeld. En heel de tijd stond ik daar in het donker, de herfstige wind tochtig in mijn jas, het maanlicht door jachtige wolken verstopt.
Ik herinnerde me het verhaal van vrienden van me, die in Antwerpen vlakbij de dierentuin wonen (leuk om daar in de tuin te zitten, je waant je in een oerwoud door al die exotische geluiden die van achter de muur komen aanwaaien). Aan de overkant van hun huis werd in een jaar tijd 3 keer dezelfde apotheek overvallen door de plaatselijke junkies op zoek naar drugs of iets vergelijkbaars. Datzelfde jaar sloot de zaak wegens geen zin meer en dan maar vroegtijdig op pensioen. Onder andere daardoor worden brave late burgers als ik nu geconfronteerd met een onpersoonlijk schuifsysteem. Zelfs in P, een boerengat waar ze nog geen verslaafde van nabij hebben gezien, buiten enkele oude alcoholisten uit de plaatselijke kazerne. Ik bedacht ook dat het altijd een minderheid is die het moet verknoeien voor de meerderheid. En dat dat nu eenmaal zo is. Weg sociaal contact. Weg mogelijkheid om mij te verontschuldigen bij de vermoeide apothekeres.
Ik stamelde toch maar een excuus in de parlofoon, waarop de stem me met een lachje geruststellend zei dat het niet erg was. Dan nemen we de hedendaagse technologie maar ter hand om alsnog een verontschuldigend stukje te schrijven. Dat ze welllicht niet zal lezen, want he, niet iedereen kan mee zijn met de huidige trends !

17:17 Gepost door Aardvarksken in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

07-04-08

brugzwaaiers

Vorige week zijn de aardvarkskens een weekje gaan uitwaaien in Bretagne. Nogal letterlijk mag u dat opvatten. We hadden een huisje gehuurd in de buurt van Dinard, aan de noordkust. Raar was dat, dat zon en de wind van over land kwamen. En het noorden aan de horizon lag. Logisch natuurlijk als je aan de noordkant verblijft, maar als je dat niet gewoon bent is het toch even wennen.
Onderweg ernaartoe zag ik regelmatig snelwegbrugzwaaiers staan, u kent dat wel: enkele jongeren die op een brug over de snelweg staan en wilde gebaren beginnen te maken als er een vrachtwagen aan komt gereden. Vooral dat opheffen van de arm om een gebaar maken alsof ze aan een noodrem trekken is een klassieker. Het is een fenomeen waarvan ik vroeger dacht dat het typisch Vlaams was, maar ondertussen weet ik dat het blijkbaar een internationaal verspreide afwijking is. In Nederland doen ze het, in Frankrijk ook. Wat bezielt zo’n mensen? Ik ging vroeger op mijn vrije dagen voetballen, of salamanders vangen, of toen ik wat ouder was naar de vogels en de meisjes kijken. Maar op een brug staan en als een bezeten beginnen roepen naar het voorbijrazende verkeer?
Soms zie je al van ver een eenzame figuur op zo’n brug staan. Dan vrees ik altijd dat hij gaat springen. En dan ben ik altijd opgelucht dat hij het niet voor mijn auto gedaan heeft. Ik weet niet of dat veel gebeurt, maar dat ik dat idee telkens heb, komt waarschijnlijk doordat ik vlakbij twee black spots op een drukke spoorlijn woon. Het gebeurt regelmatig (nu ja, niet overdrijven) dat er zich iemand onder de trein werpt in onze buurt. De ene plaats is aan een vrij scherpe bocht, waar je dus de trein pas op het laatst ziet aankomen, de andere plaats is aan een voetgangerstunneltje onder de spoorweg. Op den duur wordt dat zo’n reflex, als ik bij ons ongewoon lang moet wachten voor de spoorweg denk ik snel dat er wel weer iemand onder de trein gesprongen is. Je zal maar brandweerman zijn bij ons.. Djiezes wat een luguber postje na een week vakantie.
Die vakantie was voor de rest wel in orde hoor. Hij was zo in orde dat we besloten hebben om volgend jaar ineens twee weken te gaan.
En het jongste aardbig is van haar tut af. In ruil voor een pluchen leeuwenrugzakje slaapt ze nu al twee weken zonder zuigreflex. Het oudste aardbig is ondertussen haar derde tand kwijt. Tot haar groot plezier eindelijk een snijtand bovenaan. Met de rest van de aardvarkskensfamilie gaat het ook prima, dank u.

17:52 Gepost door Aardvarksken in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (3) | Tags: aardbiggetjes, vakantie |  Facebook |